jt

NED / ENG

logo

De Incarnatie van een Onbestemd Verlangen - Jenke Van den Akkerveken

Geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling Waq Waq bij Galerie Van de Weghe (van 9 december 2010 t/m 15 januari 2011). 

In de Arabische middeleeuwen, toen geografen en zeemannen nog vertrouwden op hun eigen fantasie om de wereld in kaart te brengen, ontstond de mythe van de Waq Waq-boom. Ergens op een verlaten eiland in Zuid-Oost-Azië groeit een boom waaraan ieder jaar opnieuw vrouwenvruchten ontspruiten die met hun perfecte vormen zeelieden lokken als sirenengezang. Eens volgroeid, maken de haren van deze prachtige gestalten zich langzaam los van de takken en vallen ze onder luid Waq Waq-gekrijs als geïmplodeerde rijpe vruchten op de grond, waar ze zielloos wegkwijnen, hun dood tegemoet.

In de Arabische middeleeuwen, toen geografen en zeemannen nog vertrouwden op hun eigen fantasie om de wereld in kaart te brengen, ontstond de mythe van de Waq Waq-boom. Ergens op een verlaten eiland in Zuid-Oost-Azië groeit een boom waaraan ieder jaar opnieuw vrouwenvruchten ontspruiten die met hun perfecte vormen zeelieden lokken als sirenengezang. Eens volgroeid, maken de haren van deze prachtige gestalten zich langzaam los van de takken en vallen ze onder luid Waq Waq-gekrijs als geïmplodeerde rijpe vruchten op de grond, waar ze zielloos wegkwijnen, hun dood tegemoet.
In een 1000 jaar oude geografische verhandeling van Aja’ib al-Hind vinden we de getuigenis terug van de enige zeeman die ooit een van deze wezens van de boom kon plukken. De vrucht smolt langzaam weg tot hij enkel nog het ineengestuikte restant van een wonder in zijn handen hield, dat hij vergeleek met het lichaam van een dode kraai…

Een mythe wordt gecreëerd om een verklaring te bieden voor datgene wat onverklaarbaar is. Ze is het resultaat van een gemeenschappelijke zoektocht naar iets fundamenteels, die wordt ingegeven door een existentiële twijfel, een angst, een onheimelijke gewaarwording. Ze wortelt in een soort van zijnsintuïtie die onderhuids in een samenleving aanwezig is en mensen met elkaar verbindt. In de mythe resoneren de sterke emoties die gepaard gaan met een plots besef van het Absolute, met een plotse aanraking van een realiteit die zich voorbij de grenzen van de fysische en historische tijd-ruimte bevindt. Met oersymbolen tracht men een beschermende cocon te spinnen rondom dat ene onbevattelijke iets dat niet moet noch kan worden gedissecteerd of opgelost, maar dat net in al zijn geheimzinnigheid moet worden gekoesterd.
De mythe omlijnt niet. Haar woorden zijn niet omschrijvend. Ze is geen wetenschappelijke formule waarin feiten en cijfers kunnen worden gegoten zodat pasklare antwoorden ontstaan, maar is eerder een los woordenweefsel dat bestaat uit eeuwenoude draden en een stem geeft aan iets onzegbaars dat op elk moment door de mazen van het net kan glippen. Soms is de kerngedachte achter het verhaal eenvoudig te achterhalen, maar meestal is de mythe zelf in zoveel mysterie gehuld dat de basis van haar ontstaan niet langer duidelijk is en enkel nog maar kan worden aangevoeld dat haar bestaan juist en noodzakelijk is.
Dit geldt zeker voor de mythe van de Waq Waq. Niemand weet precies waar zij vandaan komt of wat haar boodschap is en toch fascineert ze na meer dan 1000 jaar nog steeds. De wijze waarop middeleeuwse miniaturisten de Waq Waq uit hun verbeelding vorm gaven, ontroert tot op de dag van vandaag en zorgt ervoor dat die mythische boom verleidelijk  blijft roepen. Met zijn sensueel hangende vruchten lokte hij onlangs ook Johan Tahon vanuit een prentenkraam op het bruisende Taksimplein in Istanbul. Een wondere ontdekking, want een jaar voordat Tahon de prent met de Waq Waq-boom onder ogen kreeg, liet hij zelf al een schuur in Watou overwoekeren door witte plantenstengels waaraan hoofden groeiden. De inspiratie voor de Waq Waq sluimerde dus blijkbaar al een tijdje onbewust in het hoofd van de kunstenaar.

De mythologie, zowel van het Westen als van het Oosten, is wel vaker een inspiratiebron voor Tahon. Hij kan in een mythe verdwijnen, net als in een droom. Hij wordt aangezogen door de universele schoonheid die uit deze verhalen straalt en vindt er een stukje verloren geborgenheid in terug. De mythe verleidt, bedwelmt, wiegt in een zoete slaap en maakt een stroom van inspiratie los van waaruit kunstwerken kunnen ontstaan die een stukje van dat knetterende potentieel kunnen overdragen.
Wat Tahon aan de mythe ontleent, is zelden het expliciete verhaal. Voor hem is zij vooral een vruchtbare grond waarin hij stukjes van zijn eigen psyche kan planten die uitgroeien tot droomsculpturen die stuk voor stuk deel uitmaken van zijn eigen psycho-mythologie. De boom waardoor de galerie vandaag wordt overwoekerd is dus niet de mythische Waq Waq. Veeleer gaat het om de persoonlijke verwerking van een gevoelsstroom die de surreële poëzie van het verhaal bij Tahon losmaakte. Bij de creatie van de Waq Waq werd hij geleid door de sensualiteit van de hangende vruchten, door hun sappige vormen en door de onmogelijkheid te weerstaan aan hun erotische lokroep.
Over Tahons Waq Waq hangt een fascinerende sluier van geheimzinnigheid. Net als bij de mythe is het niet direct “duidelijk” waar zijn gipsen verhaal precies vandaan komt of wat het probeert te verklaren. Tahons beelden kunnen zelden in woorden worden gevat, maar hun essentie is steeds voelbaar in de vibratie van een gestolde beweging, in glazuur dat sensueel druipt over een ongepolijst oppervlak of in de weldadige Unheimlichkeit die straalt uit de gehele ruimte waarin de beelden zich bevinden.

Wat Tahon zo aantrekt in mythen is de herkenning van datzelfde, eeuwenoude onbestemde verlangen waaruit ze zijn ontstaan en waaraan ze een invulling geven. Eenzelfde honger moet en kan worden gestild in de mythe en in de kunst. Het gaat om het verlangen dat wortelt in het diepste mysterie van het zijn en rondwaart in dat vreemd vertrouwde lichaam van ons. Het stuwt ons leven en verbindt ons allen met elkaar. Aan de basis van dit verlangen ligt het onkenbare Onbekende, het Absolute dat er tegelijk het ultieme doel van is. Het Absolute zit in het Zelf, zit in het lichaam dat Eros en Thanatos in elkaar verenigt. Het heeft zich niet afgedrukt op het vlees, maar ís het vlees. Daarom is het steeds onzichtbaar voor zichzelf en blijft de mens er in het ijle naar hunkeren.
Een kunstwerk is in staat samen te vallen met dit onbestemde verlangen en kan een externe poort bieden naar het Onbekende. Het kunstwerk als spirituele oefening, als doorwerking van een sterke, pijnlijke emotie die gepaard gaat met het raken van het Absolute, is een binnenstebuiten gekeerd lichaam. Het toont wat onzichtbaar is, is de incarnatie van het verlangen. Het gaat hier niet om een romantisch oplichten van de sluier van het mysterie, maar veeleer om een reëel aanwezig stellen ervan.
Ook Tahons Waq Waq kreeg vorm vanuit dit oerverlangen dat door kunst tegelijk wordt opgewekt en tijdelijk kan worden gestild. Zijn boomsculptuur is de materialisatie van Eros in zijn eeuwige strijd tegen Thanatos. Het eeuwig onstilbare verlangen dat hem drijft als kunstenaar druipt in gestolde vruchten van de boom.